
Regie: Jan Verheyen Scenario: Carl Joos, Erik Van Looy, Jan Verheyen Met: Koen De Bouw, Werner De Smedt, Blerim Destani, Hilde De Baerdemaeker, Jappe Claes, Filip Peeters e.a. 116 min. / België / 2009 Je mag denken van ‘De Zaak Alzheimer' wat je wil, maar het commerciële succes van de film was in 2003 zo groot, dat ze de hele Vlaamse filmindustrie van verse zuurstof voorzag. Rond die periode hadden prenten als ‘Any Way the Wind Blows' en ‘Steve + Sky' al de interesse van een relatief beperkt publiek weten te prikkelen - the word was out: Vlaamse cinema kon best weer hip en trendy zijn. ‘De Zaak Alzheimer' bevestigde dat, ditmaal voor de grote massa. Het was geen meesterwerk, maar wel een knap gemaakte policier, waarmee Van Looy, naar eigen zeggen, "een groot publiek wilde bereiken zonder zijn broek af te steken". Zelfs verstokte cinefielen zullen moeten toegeven dat hij daarin geslaagd was. Kun je nagaan hoe groot onze teleurstelling was toen we hoorden dat Van Looy de regie van opvolger ‘Dossier K' had overgelaten aan Jan Verheyen, een man die doorgaans, in de naam van de makkelijke hit, zijn broek al afsteekt nog voordat iemand hem daarom gevraagd had. Heel even vreesden we het ergste, maar kijk: het valt erg mee. Het verhaal begint wanneer een lid van de Albanese Tahir-clan in Antwerpen wordt doodgeschoten door leden van de rivaliserende Gaba-bende. De zoon van het slachtoffer, Nazim Tahir (Blerim Destani), reist van Albanië af naar België om bloedwraak te nemen, wat in minder dan geen tijd aanleiding geeft tot een gewelddadige bendeoorlog. Erik Vincke (Koen De Bauw) en Freddy Verstuyft (Werner De Smedt) zijn belast met het onderzoek naar de eerste moord, en zitten dan ook al snel middenin dat hele conflict. En zo zijn we vertrokken voor een degelijke flikkenfilm, die allicht ongeveer dezelfde reacties zal uitlokken als zijn voorganger. Nadat de hele hype rond ‘Alzheimer' was gaan liggen, doken er steeds meer morrende stemmen op die beweerden dat ze de film toch ook niet zó goed vonden en dat, als het een Amerikaanse prent was geweest, iedereen er zo lelijk niet over had gedaan. Tja, dat zal wel zo zijn. ‘Alzheimer' was niet meer dan wat het was - een duidelijk op Hollywoodleest geschoeide actiethriller - maar ook niet minder: de film deed wat hij moest doen. En net zo is het bij ‘Dossier K'. Niemand maakt zich de illusie dat het warm water hier opnieuw wordt uitgevonden en de relaties tussen de personages zijn wat al te voor de hand liggend, maar als policier werkt dit best. In navolging van ‘De Zaak Alzheimer' is ook ‘Dossier K' op zijn best wanneer de makers zich concentreren op de plot zelf. Het is best knap hoe scenaristen Carl Joos, Erik Van Looy en de regisseur zelf er in slagen om een ingewikkeld verhaal toch op een elegante manier te vertellen. Ze vervallen nooit in gemakkelijkheidsoplossingen, zoals daar zijn: a) een lange monoloog inlassen waarin één van de personages gewoon alles van a tot z uitlegt, of b) één van de hoofdfiguren bovennatuurlijk slim maken waardoor die op miraculeuze wijze kan deduceren wie het heeft gedaan en waarom. Dergelijke verhaaltechnische trucjes zijn meestal een teken dat de scenaristen simpelweg niet wisten hoe ze hun intrige anders nog aan het publiek uitgelegd moesten krijgen, en die vind je hier nergens terug. Het verhaal klikt soepel in elkaar, zonder dat de film ooit aan tempo moet inboeten. Ook wat actie en suspense betreft, scoort ‘Dossier K' goed. Een actiescène in een slonzig Antwerps hotel moet op papier ronduit fantastisch hebben geleken, maar wordt net iets te rommelig geregisseerd om helemaal te werken - ik heb bijvoorbeeld nog steeds niet door hoe één van de personages om het leven is gekomen. Daarna wordt het echter beter. Een face-off tussen agente Linda (Hilde De Baerdemaeker) en een messentrekkende Albanese gangster is zowaar écht spannend, en een autocrash tijdens de finale ziet er - niet alleen naar de standaards van de Vlaamse film - spectaculair en pijnlijk uit. Bovendien wordt er in ‘Dossier K' sterk ingespeeld op een plotlijn die in ‘Alzheimer' al geïntroduceerd werd, rond corruptie in hogere kringen. Vincke krijgt vermoedens dat een antipathieke procureur (Jappe Claes) misschien niet helemaal zuiver op de graat is, en dat leidt tot een interessante nevenplot waarin expliciet de vraag wordt gesteld hoe ver je de deontologie opzij mag schuiven om resultaten te boeken. Zolang Verheyen en co bij de zaak blijven, zit het dus wel goed met ‘Dossier K'. Eens de makers proberen om er met man en macht toch maar een menselijke dimensie bij te sleuren, durven ze daarentegen al wel eens een uitschuiver te maken. Er wordt een romantische subplot tussen geworpen die maar weinig geloofwaardig is, en aanleiding geeft tot regels dialoog à la: "Ik breng ongeluk", waarop de ander dan antwoordt: "Als dit ongeluk is, dan wil ik mij voor de rest van m'n leven ongelukkig voelen." En die clichémeter maar piepen. Ook de relatie tussen de wraakzuchtige Nazim en zijn liefje komt er niet goed uit - blijkbaar was het de bedoeling om van de twee een tragisch koppel te maken, voor wie je, ondanks jezelf, toch sympathie voelde, maar in de praktijk kan het je eigenlijk weinig schelen wat er met hen gebeurt. Dat is natuurlijk een conflict waar de makers van dit soort cinema altijd al mee hebben gezeten: je wilt je politiefilm een extra laagje meegeven, dus moet je iets vertellen over het privéleven van je personages. Maar je mag er ook niet te veel tijd mee verliezen, want je bent wel een thriller aan het maken, dus de plot mag nooit stilvallen. Heel af en toe lukt het om echt een geloofwaardig emotioneel niveau aan zo'n film te geven, maar meestal blijft het beperkt tot dit soort obligaat aanvoelende zijsprongetjes, waarin de personages volop voorzien worden van trauma's in de hoop dat ze daardoor diepzinniger zullen worden. Dat aspect van ‘Dossier K' werkt dus niet echt, maar wees gerust, er valt meer dan genoeg te beleven aan al de rest. De cast levert degelijk werk - Koen De Bouw en Werner De Smedt zijn goed in wat ze doen, hoewel De Bouw dringend eens een rol moet aannemen waarin hij mag lachen. Zijn treurige typetje hebben we net al één keer te vaak gezien. Hilde De Baerdemaeker speelt opnieuw een uitstekende bijrol, die me doet hopen dat ze binnenkort eens haar eigen film zal krijgen - één met wat meer vlees aan dan de gemiddelde aflevering van ‘Louis Louise', als het even kan. En ook oudgediende Jappe Claes is indrukwekkend als malafide procureur. Blerim Destani is gepast intens, maar zijn pogingen om Nederlands te spreken zijn zo ongelukkig dat ze de aandacht afleiden - na de eerste keer dat hij het probeert, zit je eigenlijk de hele film lang te hopen dat hij het verder gewoon zo laat en Albanees spreekt. Antwerps-Turkse filmgoeroe R. Kan Albay is op zijn beurt dan weer niet slecht, maar ik heb zo'n vermoeden dat hij tien keer beter zou zijn geweest, mochten ze hem in het Antwerps dialect hebben laten praten. De hype rond ‘Dossier K' zal allicht wel weer zorgen voor de voorspelbare splitsing tussen kritiekloze believers, die het allemaal de Besss*te fillem vh jaar vonde!!! en humorloze non-believers, die er niets van moeten weten omdat het "maar" populair entertainment in Amerikaanse stijl is. Net als bij ‘De Zaak Alzheimer' en ‘Loft' val ik ergens middenin: ik heb er graag naar gekeken, ik heb me er mee geamuseerd. En toen was de film gedaan en twee uur nadien lag ik er al niet meer wakker van.
Door Dennis Van Dessel 03/12/2009 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (7) van anderen of geef uw mening
|